
De gemeenschappelijke deler van al deze factoren is de cognitieve inspanning.
In andere woorden, we moeten een inspanning doen opdat een activiteit
de cognitieve vitaliteit kan vrijwaren of versterken. Dit verschilt
niet van
een fysieke inspanning waarbij de efficiëntie van een minimale fysieke
inspanning afhangt. Enkel gemakkelijke oefeningen uitvoeren zal slechts
een marginale impact op uw fysieke gezondheid hebben. We verstaan door
inspanning zich actief op een taak concentreren en er genoeg aandacht
aan besteden
om
deze goed uit te voeren.
De voordelen van de cognitieve inspanning zijn duidelijk omschreven in
het beroemde boek van David Snowdon, “Nun Study”. Hij heeft
geprobeerd om de antecedenten van de cognitieve gezondheid van oudere nonnen
te bestuderen en heeft daarvoor aan de deelnemers een autobiografisch schrijven
gevraagd over de tijd toen ze ongeveer 22 jaar waren en nog school liepen.
Deze korte anonieme teksten werden door taaldeskundigen geanalyseerd om
de “bondigheid van de ideeën” (het aantal verschillende
ideeën per groep van tien woorden) en de “grammaticale moeilijkheid” (vormen
van eenvoudige en moeilijke zinnen, opbouw, enz.) te bestuderen.
Tot ieders verbazing kon men met de resultaten de cognitieve gezondheid
van deze vrouwen, zestig jaar later, op gemiddeld tachtigjarige leeftijd,
voorspellen.
De nonnen met een bondigheid aan ideeën op jonge leeftijd hebben
duidelijk hoger resultaten behaald voor de standaard cognitieve testen.
Deze lopen minder het risico om de ziekte van Alzheimer te krijgen dan
diegene waarvan de bondigheid van de ideeën kleiner was.
Dezelfde link, alhoewel kleiner, werd gelegd tussen de grammaticale moeilijkheidsgraad
en de cognitieve resultaten.
De bondigheid van de ideeën zoals de grammaticale moeilijkheid vraagt
een bijzondere inspanning van de schrijver (en ook van de lezer). Het vermogen
en de wilskracht om aan een cognitieve inspanning mee te werken weergaf
een goede cognitieve vitaliteit van de nonnen.
In andere woorden, we moeten een inspanning doen opdat een activiteit
de cognitieve vitaliteit kan vrijwaren of versterken.
Het tegenovergestelde van cognitieve inspanning is automatische behandeling.
De cognitieve activiteit die automatisch uitgevoerd kan worden vraagt om
geen inspanning. Met sommige activiteiten zijn we door ervaring vertrouwd,
zijn dus gemakkelijker en kunnen zonder inspanning uitgevoerd worden. Op
een gegeven moment worden ze zelfs een automatisme.
Eén van de beste manieren om cognitieve reserves aan te maken
is zich op relatief nieuwe activiteiten te storten om een automatische
behandeling te voorkomen.
Het vermogen van de hersenen om automatische sequenties routinetaken te
ontwikkelen is op zich een werkelijke deugd. Het aantal verscheidene
activiteiten die we kunnen uitvoeren zonder aandacht te besteden
aan hoe men ze uitvoert
is werkelijk indrukwekkend. Zie maar hoe we elke avond naar huis
gaan, zonder na te denken over de te gebruiken weg. En zelfs wanneer
we met onze
gedachten bij iets totaal anders zitten geraken we thuis.
Denk maar aan de complexe coördinatie “Ogen-Hand” die
vereist is om gewoon iemand de hand te schudden. We doen dit heel
eenvoudig, zonder na te denken.
Lezen wordt met de ervaring een automatisme. Het visueel voorbeeld van
woorden is in het geheugen opgeslagen en het zien van een pagina en het
bijhorende zintuig vergt geen enkele inspanning. Door jarenlange ervaring
worden op dezelfde manier sommige gedragingen in het verkeer automatisch
en is de bestuurder vrij om te praten, naar muziek te luisteren of een
deel van zijn aandacht aan een andere activiteit te besteden.
De automatische behandeling heeft desondanks een prijs.
Het comfort om terugkomende handelingen uit te voeren door de hersenen
zonder cognitieve inspanning te laten werken, moedigt een zekere mentale
luiheid aan. Het resultaat van deze inactiviteit, net zoals dit het geval
is voor fysieke inactiviteit, is een achteruitgang van de fysieke gezondheid
en het verlies van de cognitieve vitaliteit. Bijgevolg is één
van de beste manieren om cognitieve reserves aan te maken zich aan relatief
nieuwe activiteiten te wijden om zo een automatische behandeling te vermijden.
Tijdens een verblijf op een onbekende plaats, kan de terugkeer naar het
hotel niet gebeuren zonder beroep te doen op de aandacht.
We moeten de omgeving analyseren, ons sommige sleutelelementen herinneren
en onze weg in consequentie plannen. Met een nieuwe wagen op een onbekende
plaats rijden, vraagt om een belangrijkere aandacht dan gewoonlijk het
geval is. Iets nieuws, het tegenovergestelde van routine, geeft nieuwe
uitdagingen aan de hersenen en draagt bij tot het cognitief welzijn.
Ons geheugen is gemaakt om van onze ervaringen te leren, en zeer weinig
dingen blijven lang nieuw. We zijn zelfs in staat uitzonderlijk snel routines
te ontwikkelen. Dit geeft een aangenaam gevoel om nieuwe situaties te beheersen.
Zelfs de meest complexe activiteiten hebben belangrijke routinecomponenten.
De kwaliteit van de cognitieve versterking van nieuwigheden moet actief
geprikkeld worden en we kunnen niet op het dagelijkse leven rekenen om
dit werk in onze plaats te doen. Deze tendens is des te duidelijker dan
dat de menselijke hersenen de neiging hebben routines te ontwikkelen om
zo energie en inspanningen uit te sparen.
Op dezelfde manier dan dat we specifieke middelen moeten vinden om fysiek
te “trainen”, moeten we de middelen vinden om onze hersenen
te trainen.
Onze hersenen kunnen op twee verschillende manieren reageren wanneer deze
geconfronteerd worden met een bepaalde cognitieve uitdaging. De eerste,
met een analyse van de situatie en de keuze tussen twee mogelijkheden,
vraagt duidelijk om veel inspanningen. De tweede is volledig gebaseerd
op ervaring uit het verleden.
Onze
mentale gegevensbank wordt geraadpleegd op zoek naar gelijkaardige
voorbeelden uit het verleden en de huidige gegevens dienen als basis
voor de huidige
oplossing. Deze handeling vraagt om minder inspanningen en een groot
deel van het proces kan automatisch en onbewust uitgevoerd worden.
Hoe ouder
we worden en ervaring verwerven, des te groter de tweede wijze een
belangrijke plaats inneemt in het nemen van persoonlijke beslissingen.
De gelegenheid
van cognitieve behandeling en de bijdrage tot de cognitieve vitaliteit
vermindert progressief.
We kunnen ons dus niet enkel op ons dagelijks leven baseren om de nodige
informatie te krijgen om onze hersenen te trainen.
Hetzelfde geldt voor het sedentair leven van het grootste deel van
de moderne bevolking die niet genoeg aan fysieke inspanningen doen.
Op dezelfde manier dan dat we specifieke middelen moeten vinden om
fysiek te “trainen”, moeten we de middelen vinden om onze hersenen
te trainen.
|